De geschiedenis van Scientology

Tussen 1935 en 1950 ontwikkelde de Amerikaan Ron Hubbard een nieuwe theorie over het functioneren van het menselijk verstand (de mind, zie kadertje over termen en definities), o.a. op basis van eigen onderzoek naar de oorzaken van mentale blokkades en psychosomatische klachten. Hij spoorde de oorzaak van die effecten in het verstand terug naar informatie die in een tot dan toe onontdekt deel van het verstand sluimert. Vroeg of laat kan een situatie in de omgeving het negatieve effect van die informatie “aanschakelen”, wat de betrokkene ervaart als een ongewenst effect voor hem en zijn omgeving. Hubbard ontwierp een methode om die verborgen informatie te benaderen en van mentale “lading” te ontdoen. In 1950 publiceerde hij zijn theorie en een eerste versie van zijn technieken in het boek Dianetics. Rond Dianetics ontstond onmiddellijk een snel groeiende groep beoefenaars in Amerika en wat later in andere Engelstalige landen zoals Engeland en Australië.

Tijdens voortgezet onderzoek werd geconcludeerd dat het postuleren van een niet-materieel deel van de mens onontkoombaar was. Voor deze uitbreiding van de werkfilosofie werd de benaming Scientology gekozen, uit de termen scios, Latijn voor “weten” en logos, Grieks voor “studie van”. Vanwege het niet-materiële aspect is dit onderzoek van de menselijke geest en Scientology in feite een (per definitie) religieuze activiteit, wat decennia later bevestigd werd door een aantal vooraanstaande Godsdienstsociologen [1].

Scientology had zich na 1951 ontwikkeld tot een praktische religieuze filosofie die inzicht gaf over de wereld van de geest. Min of meer als bijproduct gaf zij bruikbare oplossingen voor vele maatschappelijke problemen, zoals drugsmisbruik, huwelijksproblemen, opvoedkundige zaken etc.

De traditionele Godsdiensten kregen in de tweede helft van de vorige eeuw te maken met ontkerkelijking en atheïsme, terwijl de samenleving in toenemende mate met psychische problemen werd geconfronteerd. Mensen gingen voor hulp naar de psychiater en de arts, in plaats van naar de priester of de dominee, en kregen soms elektroshock en uiteindelijk pillen als therapie. Door deze en andere maatschappelijke ontwikkelingen werd het oorspronkelijke concept van de menselijk geest (of ziel) teruggedrongen en kwam het brein prominent in de belangstelling van wetenschap en publiek.

Scientology bleek hiermee onopzettelijk terechtgekomen te zijn op maatschappelijke, en ook wetenschappelijke, gebieden waar grote gevoeligheden heersten en waarbij grote belangen betrokken waren. Het ontkennen van het bestaan van de immateriële geest hielp mee om gedragscontrole via directe beïnvloeding van de hersenen te legitimeren en daarmee o.a. de grootschalige marketing van psychiatrische medicijnen waarvan de wereld-jaaromzet inmiddels ca. $ 90 miljard bedraagt.

[1] O.a. sociologen dr. Brian Wilson, dr. Régis Dericquebourg.

Over termen en definities

Dianetics en Scientology omvat duizenden onderzoekverslagen, boeken en lezingen en heeft honderden termen en definities, waaronder:

Mind, het Engelse woord voor verstand: regelsysteem dat het overleven van het organisme helpt. De mind is niet het brein.

Reactive mind: een primitief deel van de mind (niet het brein) waarvan de inhoud verstorend werkt. Hier ligt de oorzaak van irrationeel gedrag en de hoofdoorzaak van problemen.

Levenskracht, datgene wat aan levende wezens het unieke kenmerk van leven geeft, wordt theta genoemd.

Het centrum van bewustzijn wordt in Scientology aangeduid met de term thetan. Dit is niet een deel van het brein, of het product ervan.

Scientology als religie

Op basis van voortgaand onderzoek is na 1951 in de wereld van Dianetics en Scientology het concept van het niet-materiële wezen van de mens (ziel, of geest) verder uitgebouwd. Binnen Scientology is hiervoor de onbeladen, neutrale, term thetan gekozen (van theta, in Scientology een symbool voor leven).

De thetan bestaat voort als het lichaam sterft en neemt daarbij informatie over zijn geschiedenis, inclusief de bron van irrationaliteit (“reactive mind”, zie kadertje over termen en definities), mee. Dit komt enigszins overeen met het idee van reïncarnatie en karma van sommige oosterse religies.

Scientology is in vele landen, waaronder de VS, erkend als religie en als non profit organisatie. In een aantal van deze landen viel het niet mee om het juiste beeld van Scientology voor het voetlicht te krijgen. Deze website geeft daarover wat achtergrond.

Scientology in de Media

Onzorgvuldig opgestelde berichten in de media droegen bij aan het scheppen van een ongunstig beeld over nieuwe religieuze bewegingen in het algemeen en Scientology in het bijzonder.
Hierbij werd soms ongenuanceerde en uit het verband getrokken informatie van ex-leden gebruikt.
Daar komt bij dat sommige journalisten er vaak toe neigen informatie uit eerder verschenen berichten te herhalen zonder het waarheidsgehalte te controleren.
Hierdoor werd een onjuist en ongunstig beeld stand gehouden in de samenleving.[1]

Gezien de rol die de Scientology Kerk speelt via met name de Stichting CCHR met het aan de kaak stellen van misstanden in de psychiatrie en de farmacie, is het ook niet uitgesloten dat de media gebruikt wordt om Scientology in een kwaad daglicht te stellen.
Het is bekend dat journalisten gemanipuleerd worden om bepaalde boodschappen op ons burgers over te brengen.

Het feit dat vaak ex-leden worden gebruikt als bron van informatie en niet de Kerk zelf is vaak een basis voor veel onjuiste berichten.
De Hoogleraar Religiestudies Kliever, van de Universiteit ….., legt uit waarom informatie van ex-leden niet betrouwbaar is als bron van informatie:

“Ze zullen kleine tekortkomingen opblazen tot grote kwaadaardige bedoelingen. Ze zullen persoonlijke teleurstellingen verdraaien tot kwaadaardige daden van verraad. Ze zullen ongelofelijke leugens vertellen om hun vroegere religie in een kwaad daglicht te stellen.”

En Kliever komt tot de volgende conclusie:

Zulke apostaten (= afvalligen of ex-leden, red.) kunnen eigenlijk niet als betrouwbare informanten beschouwd worden door journalisten, geleerden of juristen waarbij men toch een zekere verantwoordelijkheid mag verwachten.

En toch worden deze ex-leden door media vaak als enige bron van informatie gebruikt.
Het resultaat is dat de media die over Scientology verschijnt dus vol staat misinformatie, die gemakkelijk is te weerleggen:

Zo wordt de zinsnede ‘als je rijk wil worden moet je je eigen religie beginnen’ in de media regelmatig aan de grondlegger van Scientology, L. Ron Hubbard toegeschreven, terwijl de uitspraak van George Orwell komt. Dit is overigens door een rechtbank in Duitsland bevestigd, die daarom ook de desbetreffende krant hebben verplicht tot rectificatie.

De Scientology Kerk is overigens altijd bereid tot het geven van informatie en uitleg aan journalisten met een neutrale insteek. En vaak gebeurt dit ook.

Soms leidt dit ook tot positieve berichten over de activiteiten, maar soms worden feiten verdraaid wat helaas leidt tot een verkeerd beeld. Daardoor wordt vele mensen de mogelijke spirituele ontwikkeling, waar zovelen naar op zoek zijn, onnodig ontzegd.

Voetnoten

[1] In dit verband verwijzen wij naar de term negative summary events (slecht nieuws verhalen) van socioloog James Beckford. “(…) Stories about ‘cults’ are not particularly frequent, but they are remarkably standardized. The effect is therefore enhanced by sheer repetition of the same images and arguments.” David Bromley beschrijft o.a. in ‘The Politics of Religious Apostasy’ het mechanisme dat de mening van personen die zich van een religieuze groep hebben laten uitschrijven, in negatieve zin vertekent. Helaas kunnen sommige journalisten de neiging niet onderdrukken dit soort verklaringen klakkeloos of zelfs aangedikt over te nemen. Zie eventueel ook de korte samenvatting van Bryan Wilson, ‘Social change and new religious